Perspectief voor boeren, ruimte voor Nederland.

Nederland gaat weer van het slot. Vandaag presenteert het kabinet een samenhangend pakket om Nederland uit de stikstofimpasse te halen. Het CDA steunt deze koers, omdat boeren, ondernemers en bouwers duidelijkheid en perspectief nodig hebben, de vergunningverlening weer op gang komt en kwetsbare natuurgebieden herstellen. We doen dit voor de toekomst van Nederland.
Het stikstofbeleid heeft Nederland te lang op slot gezet. Boeren weten niet waar ze aan toe zijn. Hun bedrijven staan stil en bedrijfsovernames worden geremd. Bouwers wachten op vergunningen. Ondernemers stellen investeringen uit. Kwetsbare natuur staat onder druk. En mensen die een huis zoeken, merken de gevolgen direct. Stilstand is achteruitgang. Dat raakt ons allemaal.
Daarom doen we wat nodig is. Daarom maken we keuzes die Nederland weer in beweging brengen. Keuzes waarbij iedereen verantwoordelijkheid neemt: kabinet, provincies, natuurorganisaties, industrie, mobiliteit én landbouw.
Wij vertrouwen erop dat dit pakket Nederland van het slot haalt en drie dingen doet:

Vergunningen weer op gang
Duidelijkheid voor boeren

Kwetsbare natuur laten herstellen
Bij de keuzes die nu nodig zijn, hebben wij steeds gedacht aan boerengezinnen en jonge boeren die willen blijven boeren. Boeren staan er niet alleen voor. Wij staan naast hen en helpen hen. Er komt ondersteuning om maatregelen te nemen. Ook komt er geld beschikbaar om hun vakmanschap vorm te geven. Voor innovatie, maar ook voor boeren die willen extensiveren, verplaatsen of stoppen.
Zeven jaar onzekerheid doet iets met mensen. Investeringen blijven liggen. Bedrijfsovernames worden uitgesteld. Jonge boeren vragen zich af of zij nog kunnen bouwen aan hun toekomst. Terwijl wij juist hen hard nodig hebben. Voor goed en voldoende voedsel. Voor een leefbaar platteland. En voor herstel van de natuur.
Daarom gebeurt de uitvoering in de gebieden zelf. In samenwerking met de boer. Aan de keukentafel. Want daar zit de kennis, de ervaring en de liefde voor het land. Daar begint de oplossing.
Dit probleem gaan we oplossen.
Al deze maatregelen zijn nodig om de vergunningverlening weer op gang te brengen. Het pakket hangt daarom nauw samen. Wie één maatregel lichter maakt, moet op een andere plek meer doen. De samenhang die er nu ligt, geeft vertrouwen om de eerste stappen te zetten. Niet elk gebied zal even snel vooruitgaan. Maar stap voor stap brengen we Nederland weer in beweging.
Nederland komt vooruit als we moedige keuzes maken en elkaar vasthouden. Dat is waar het CDA voor staat: verantwoordelijkheid nemen, samenwerken aan oplossingen en perspectief bieden aan de mensen die ons land dragen.
Vraag & antwoord.
Wat is de bedoeling van dit stikstofpakket?
Dit stikstof pakket is de sleutel om van het stikstofslot af te komen. De rechter oordeelde in 2019 dat er geen nieuwe stikstofuitstoot mag plaatsvinden zolang er geen geborgde maatregelen zijn genomen om stikstof te reduceren en de natuur in beschermde gebieden te herstellen. Met andere woorden, niet alleen beloven dat er stikstof wordt gereduceerd maar het ook daadwerkelijk realiseren. Hierdoor konden zelfs activiteiten met een minimale stikstofuitstoot, zoals sommige bouwprojecten, niet langer worden vergund. Om hier ruimte voor te creëren, moeten alle grote uitstoters aan de slag: de industrie, mobiliteit en landbouw hebben elk een reductiedoelstelling gekregen. Het zomerpakket biedt een samenhangend maatregelenpakket specifiek voor landbouwbedrijven om hun stikstofuitstoot te verlagen. Stap voor stap kan Nederland daarmee van het stikstofslot.
Hoe komt het dat Nederland van het stikstofslot kan?
De natuur staat niet op omvallen maar de natuur staat wel onder druk. Hierdoor is er nauwelijks ruimte voor nieuwe vergunningen. Er komt weer ruimte voor vergunningen als die factoren worden aangepakt die maken dat de specifieke natuur in een natuurgebied onder druk staat. Stikstof is vaak zo'n drukfactor. Eerst moet worden aangetoond dat de natuur niet verslechtert en dat ook aan ecologisch beleid wordt gedaan in een natuurgebied. Dan ontstaat er weer ruimte. Dit pakket bevat daarom samenhangende afspraken om de stikstofuitstoot met 42-46% te verminderen ten opzichte van 2019 in de landbouw. En 50% van de industrie en mobiliteit ten opzichte van 2019. Dat vraagt een inspanning van (lokale) overheden, de mobiliteitssector, de industrie, de agrarische sector én van natuurorganisaties, uitgevoerd in gebieden met maatwerk door provincies. Gelukkig is er voldoende budget beschikbaar. Wanneer boeren vergunningen krijgen, kunnen zij ook makkelijker investeren in verduurzaming.
Worden er generiek gekort of onteigend?
Nee. Generieke kortingen of verplichte onteigening zijn voor het CDA geen bespreekbare maatregelen binnen dit stikstofpakket. In sommige gebieden is de reductieopgave fors, maar hoe daaraan invulling wordt gegeven moet een keuze van de boer zelf blijven, als onderdeel van zijn lokale gemeenschap. In de gebiedsprocessen rond Natura 2000-gebieden wordt samen met boeren en overheden bekeken wie wil innoveren, wie wil extensiveren, wie wil verplaatsen en wie het bedrijf wil beëindigen. Dat is voor het CDA een fundamentele voorwaarde: de boer weet zelf het beste wat past bij hem of haar, bij het bedrijf en bij de omgeving. Dat neemt niet weg dat de keuzes ingrijpend zullen zijn. Daarom heeft het CDA zich hard gemaakt voor een breed middelenpakket dat alle stappen van het zogenoemde trappetje van Remkes dekt: innoveren, extensiveren, verplaatsen én de mogelijkheid om het bedrijf te beëindigen; allemaal met bijbehorende ondersteuning. Lukt het een gebied niet om de doelen op eigen kracht te halen, dan kan de overheid alsnog instructieregels opleggen. Die maatregelen zijn dan lokaal gericht op het specifieke Natura 2000-gebied in kwestie, niet landelijk en niet generiek.
Wordt de veestapel gehalveerd?
Nee. Voor het CDA is dit geen doel. We willen de stikstofdoelen halen, zodat er weer vergunningen kunnen worden verleend, gebouwd en ondernomen kan worden en boeren perspectief hebben, maar halvering van de veestapel is daarvoor niet nodig en ligt dan ook niet op tafel. Het gevolg van dit pakket is dat er wel minder dieren komen.
Komt er een kaartje zoals bij minister van der Wal?
Nee er komt geen kaartje. Elke veebedrijf krijgt een eigen emissienorm. Als de boer sinds 2019 al stappen heeft gezet om de uitstoot te verlagen dan wordt daar rekening mee gehouden. Voor melkveehouders is de norm nu al bekend. Voor andere boeren zal de norm begin 2027 worden vastgesteld. In de zones kan de opgave per gebied differentiëren.
Kunnen boeren in Nederland blijven?
Jazeker. Als CDA hebben wij ons keihard ingezet dat boeren kunnen blijven doen waar ze goed in zijn: boeren. De stikstofimpasse zorgt er nu voor dat die ruimte er niet is, en dát moeten we doorbreken. Dat vraagt om maatregelen, niet alleen van de landbouw maar van alle sectoren. Die maatregelen zijn noodzakelijk, en maken het boeren in Nederland niet onmogelijk. Na jaren van onzekerheid, komt er nu wel zekerheid, maar er komt ook een enorme opdracht op het erf te liggen: ofwel in innovatie of extensivering van het bedrijf, ofwel verplaatsen, of zelfs stoppen. Ook is de opgave niet gelijk verdeeld: waar een boerderij staat bepaald hoe groot de uitdaging is. Daarom is het van essentieel belang dat het beleid niet telkens verandert. En dat de overheid koers houdt en zekerheid biedt. En de boeren op alle mogelijke manieren gaat ondersteunen bij deze opdracht. De boer blijft zelf aan zet om beslissingen te nemen over zijn of haar toekomst.
Hoe zeker zijn we er van dat vergunningverlening weer op gang komt?
Niet direct maar wel snel. In 2026 komt er een spoedwet met een pakket maatregelen dat handhaving en intrekkingsverzoeken moet voorkomen. Uiterlijk in het vierde kwartaal van 2027 wordt een rekenkundige ondergrens ingevoerd. Voor kleine hoeveelheden uitstoot van stikstof is dan geen vergunning nodig. Daarmee verdwijnt een grote bron van juridische onzekerheid voor veel ondernemers. Provincies krijgen direct de ruimte om per Natura 2000-gebied zelf te bepalen hoe de doelen worden ingevuld. Waar aantoonbaar is dat de natuur niet verder verslechtert, wordt intern en extern salderen weer mogelijk. Vergunningverlening voor verduurzamingsprojecten komt op korte termijn weer op gang.
Hoe worden de doelsturingsnormen bepaald?
De norm is gebaseerd op twee uitgangspunten: wat nodig is om de natuurdoelen te halen, én wat ondernemers realistisch kunnen bereiken met de best beschikbare technieken, denk aan aanpassingen aan de stal of het voer. Haalbaarheid staat dus centraal.
Hoe hoog is de norm die voor iedereen gaat gelden?
Voor de melkveehouderij is de norm al concreet: 0,164 kg NH3 (ammoniak) per fosfaatrecht. Voor de pluimvee- en varkenshouderij is aangekondigd dat de normen vanaf het eerste kwartaal van 2027 bekendgemaakt worden. Deze normen zijn mede gebaseerd op wat nu wordt ontwikkeld binnen de aanpak Veluwe.
Heb ik alleen een natuurbeschermingswetvergunning nodig voor het bouwen van een nieuwe stal?
Nee, een vergunning is op veel meer momenten nodig dan alleen bij nieuwbouw. Denk aan een bedrijfsoverdracht van ouders op kinderen: zonder vergunning is financiering lastig, en daarmee de toekomst voor de volgende generatie onzeker. Ook bij een bedrijfsverplaatsing is een vergunning vereist. De vergunningverlening moet daarom weer vlot getrokken worden, zodat boeren op zulke cruciale momenten verder kunnen.
Ik heb al een extensief of biologisch bedrijf, moet ik ook maatregelen nemen?
Dat verschilt per gebied en hangt af van de mate waarin het bedrijf bijdraagt aan de drukfactoren in omliggende natuurgebieden. Dit wordt in kaart gebracht op gebiedsniveau. In zo'n gebiedsaanpak kan de boer zelf bepalen welke maatregelen bij zijn bedrijf passen. Het CDA zet zich in om te voorkomen dat er generieke maatregelen van bovenaf worden opgelegd. Wel zijn er duidelijke doelstellingen per bedrijf en gebied die gehaald moeten worden, ook voor biologische bedrijven.
Wat kan ik concreet doen om de uitstoot naar beneden te krijgen?
De norm voor melkveebedrijven staat al vast, maar voor andere veehouderijen moet die nog worden bepaald. De uitstoot wordt berekend door de emissie uit de stal en de mestopslag te delen door het aantal fosfaatrechten. Factoren die meespelen zijn onder meer het eiwitgehalte in het voer en de reinheid van de stalvloeren. Meer weidegang heeft een positief effect. Daarnaast tellen innovaties mee zoals mestvergisters, systemen die stallucht afzuigen en systemen die urine direct opvangen en apart opslaan. Nog niet alle innovaties kunnen worden meegenomen in de berekening, maar daar wordt aan gewerkt.
Wat als ik al stikstof-reducerende maatregelen heb genomen?
Boeren die al stappen hebben gezet worden beloond. Er komen bedrijfsspecifieke emissienormen waar bedrijven onder moeten blijven. De reductiedoelstellingen worden berekend vanaf 2019, waardoor eerdere inspanningen meetellen in de uiteindelijke opgave. Wie in het verleden al flinke reducties heeft gerealiseerd, heeft een kleinere resterende opgave. Dat is eerlijk: wie al heeft geïnvesteerd, mag dit meerekenen.
Wat is grondgebondenheid en waar en hoe wordt deze norm ingevoerd?
Met grondgebondenheid wordt een norm bedoeld waarbij de hoeveelheid koeien die op een melkveebedrijf per hectare kunnen worden gehouden wordt genormeerd. De relatie tussen grondgebondenheid en stikstofreductie is klein. Het effect van deze normering zal met name op de waterkwaliteit zijn. Door het ook mogelijk te maken contracten af te sluiten met akkerbouwers kan voer en mest worden uitgeruild tussen melkveehouders en akkerbouwers, wat verlichting geeft van de norm.
De norm voor grondgebondenheid is gesteld op 2,6 koeien per hectare, als doelstelling voor 2035. De overheid kiest ervoor deze norm nu aan te kondigen in plaats van dat later te doen. Daarnaast komt er een verplicht aandeel rustgewas en grasland van 85% op zand- en lössgrond. De grondgebondenheidsnorm geldt voor alle melkveehouders in Nederland.
Krijgen alleen boeren een doelstelling om stikstof te reduceren?
Nee. Ook de industrie en mobiliteit hebben als grote veroorzakers van stikstofuitstoot een doelstelling gekregen. Boeren staan aan de lat om ammoniak terug te brengen, maar zij zijn niet de enigen. Uiteindelijk gaat het om herstel van de natuur, en dat is een gezamenlijke verantwoordelijkheid die niet alleen op het bord van de boer ligt.
Ook natuurorganisaties hebben in dit pakket doelen en middelen gekregen om de staat van natuurgebieden actief te verbeteren. Zij zullen moeten verantwoorden wat ze voor die middelen hebben gedaan.
Wat wordt er voor jonge boeren geregeld?
We vinden jonge boeren belangrijk voor de toekomst van de landbouw en de innovatie daarbinnen. Daarom komt het kabinet met extra ondersteuning: er wordt €170 miljoen vrijgemaakt voor een regeling vestigingssteun, die bedrijfsopvolging moet vergemakkelijken.
Moet ik biologisch worden?
Nee, dat is niet de insteek. Buiten de zones moet een boer voldoen aan de bedrijfsspecifieke emissienorm, waarbij hij zelf mag bepalen hoe hij daaraan voldoet. In de zones moet per gebied bekeken worden hoeveel grond beschikbaar is en wat de grootste drukfactoren zijn in het omliggende natuurgebied. Als de doelen gehaald kunnen worden zonder extensivering, is dat een optie. De verwachting is echter dat veel boeren in de zones extensiever gaan boeren. Biologische landbouw is daarbij een mogelijkheid, en daar is ondersteuning voor beschikbaar via onder meer een nationale grondbank en financiële regelingen. Ook wordt ingezet op het vergroten van de afzet van biologische voedingsmiddelen.
Welke ontwikkel mogelijkheden heb ik?
Er komt veel geld vrij om samen met boeren te investeren in omschakeling naar nieuwe bedrijfsmodellen, managementmaatregelen en bedrijfsverplaatsing. Denk aan omschakeling naar een extensiever bedrijf of precisielandbouw, het houden van andere diersoorten, verbreding van het bedrijf, stalinnovatie of de ontwikkeling van multifunctionele takken. De regie ligt daarbij bij de boer zelf: het kabinet investeert mee, maar de keuze welke richting past bij het bedrijf en de omgeving is aan de boer.
Mijn boerderij staat in een zone, wat nu?
De komende tijd bepalen provincies en gebieden samen welke opgave er per gebied ligt. Op basis daarvan stelt het gebied een plan op om de druk op stikstof en bijvoorbeeld waterkwaliteit te verminderen, verslechtering van de natuur tegen te gaan en herstel mogelijk te maken. De regie en het initiatief liggen dus in het gebied zelf. Dit plan moet voor 2028 gereed zijn.
Als dat niet lukt, kondigt het kabinet aan dat vastgestelde regels en normen voor dat gebied in werking treden. Die normen worden in januari 2027 gepubliceerd en gaan gelden vanaf 2035. Ook industriële bedrijven moeten zich aan deze regels houden, niet alleen boeren.
Wat gebeurt er nu met de aanpak in Gelderland?
Dit pakket sluit aan op wat er al in Gelderland gebeurt. Daar is een zorgvuldig proces doorlopen met veel stakeholders, met een mooi resultaat dat ook een maatwerkaanpak biedt. Het laat zien wat mogelijk is als lokale overheden en belangengroepen samen een plan maken. Hetzelfde geldt voor andere gebiedsprocessen die al lopen. We sluiten aan op wat er al gebeurt, omdat maatregelen en invulling niet van bovenaf opgelegd moeten worden. Wat in de regio zorgvuldig is opgebouwd, verdient respect.
Waarom komt er geld voor natuurbeheer? Waarom is dat belangrijk?
Om Nederland van het slot te halen is herstel van de natuur noodzakelijk. Een deel van die opgave kan worden ingevuld door boeren en bedrijven die hun emissies terugbrengen. Maar net zo belangrijk is het herstel van de natuur zelf, in sommige gevallen gaat het om achterstallig onderhoud. Dit moet worden uitgewerkt in een natuurbeheerplan, waarbij niet alleen stikstof maar ook andere drukfactoren zoals waterkwaliteit worden aangepakt.
Natuurorganisaties krijgen middelen om gevoelige natuurgebieden extra te beschermen, bijvoorbeeld door de watertoevoer aan te passen of vaker te maaien. Dat zijn concrete beheermaatregelen die de staat van de natuur direct verbeteren. Het is eerlijk dat ook natuurorganisaties hun verantwoordelijkheid nemen en daar regie over krijgen, en dit pakket maakt daar middelen voor vrij. Zodat boeren weer kunnen boeren, en boswachters weer boswachter kunnen zijn.
Is de investering in elk natuurgebied even nodig?
Nee, dat verschilt per gebied. Afhankelijk van de omvang en de drukfactoren wordt een plan gemaakt. Natuurgebieden met veel knelpunten, zoals te veel stikstof, onvoldoende watertoevoer of veel achterstallig onderhoud, vragen om meer maatregelen en investeringen dan gebieden waar dat nauwelijks speelt. Het geld gaat dus naar de gebieden waar het het hardst nodig is.
Wanneer gaat de KDW er af?
Dit najaar ligt er een wetsvoorstel in de Kamer om bedrijfsspecifieke emissienormen juridisch vast te leggen. Zodra dat geregeld is, kan de kritische depositiewaarde (KDW) uit de wet, omdat de reductiedoelstelling dan op een andere manier geborgd is.
Wanneer wordt de RKO (de rekenkundige ondergrens) ingevoerd?
De rekenkundige ondergrens (RKO) wordt eind 2027 ingevoerd, eerder als dat mogelijk is. Daarvoor moet er eerst een voldoende en geborgd pakket liggen met aanvullende beheermaatregelen. Parallel daaraan wordt gewerkt aan de technische invoering. Na invoering van de RKO is er direct weer meer mogelijk voor bedrijven die weinig stikstof uitstoten ten opzichte van kwetsbare natuur.
Wanneer krijg ik duidelijkheid?
Als melkveehouder weet je nu dat er een emissieplafond komt van 0,164 kg NH3 per fosfaatrecht. Voor intensieve sectoren wordt een norm per dierplaats vastgesteld, waarvan de hoogte begin 2027 bekend wordt. Als een bedrijf in de buurt van een kwetsbaar natuurgebied ligt, hangt het af van het gebiedsproces wat er in het gebied tot stand komt. Die plannen moeten in 2028 klaar zijn, zodat ondernemers weten waar ze aan toe zijn.
Waarom gaat dat zo lang duren?
Omdat we het goed willen doen. De bedrijfsspecifieke emissienorm moet wetenschappelijk onderbouwd zijn, zodat die juridisch standhoudt en in de toekomst geen problemen oplevert. Dit proces moet zorgvuldig worden doorlopen, juist omdat we boeren echte zekerheid willen bieden en geen oplossing die over een paar jaar bij de rechter onderuitgaat.
Wanneer kunnen er nieuwe vergunningen worden afgegeven?
Dat verschilt per gebied. De provincie beoordeelt of de natuur voldoende verbetert en of er stikstofruimte is vrijgekomen door reducties in het gebied. Als dat het geval is, kunnen er weer vergunningen worden afgegeven. Voor gebieden met een kleinere opgave kan dat vrij snel zijn. We blijven ons inzetten om de vergunningverlening zo snel mogelijk weer op gang te krijgen, want zonder vergunningen is er geen perspectief voor boeren.
Wat wordt er gedaan voor PAS melders?
Het legaliseren van PAS-melders en interimmers is voor het CDA een van de belangrijkste onderdelen van dit pakket. Zonder zicht op vergunningen kunnen er geen stappen worden gezet richting verduurzaming en reductie. De huidige aanpak blijft bestaan, maar wordt geïntensiveerd zodat sneller meer PAS-melders een vergunning krijgen. Parallel daaraan wordt een proces gestart om boerenbedrijven op basis van hun huidige uitstoot een vergunning te verlenen. Daarvoor wordt een wetswijziging voorbereid die ook voor interimmers geldt.
Wat zijn PAS melders?
PAS-melders zijn ondernemers die tussen 2015 en 2019 een melding deden onder het toenmalige PAS-beleid, omdat het aanvragen van een natuurvergunning destijds niet nodig leek. Door een latere rechterlijke uitspraak bleek dat toch het geval te zijn, waardoor deze ondernemers buiten hun eigen schuld om zonder geldige vergunning kwamen te zitten.
Wat zijn interimmers?
Interimmers zijn bedrijven die al jaren actief zijn, maar waarbij nooit goed is uitgezocht wat hun stikstofuitstoot betekent voor beschermde natuurgebieden. Dat komt vaak doordat ze zijn gestart voordat de strenge natuurtoets verplicht werd. Daardoor hebben ze destijds geen vergunning gekregen en bevinden ze zich nu onterecht in een niet-legale situatie.
Waarom is het voor boeren belangrijk dat ze een vergunning hebben?
Een vergunning is onmisbaar voor de toekomst van een boerenbedrijf. Voor elke grote stap heeft een boer een vergunning nodig, bijvoorbeeld om een lening te verkrijgen voor een bedrijfsovername of verduurzaming. Wie wil verduurzamen door bijvoorbeeld een nieuwe, duurzamere stal te bouwen, heeft daar vaak een banklening voor nodig. En de bank geeft alleen geld als er een geldige vergunning is. Zonder vergunning geen financiering, en zonder financiering geen verduurzaming.
